Ace: Amerikaanse term voor een hole-in-one, een bal die vanaf de afslagplaats tee in de hole eindigt. Adresseren : Het aannemen van de juiste houding, kort voor het slaan van de bal. Afslagplaats: De tee oftewel de plaats waarvan de eerste slag geslagen wordt.
Het is een rechthoekige strook gras, meestal iets verhoogd, aan het begin van de hole. Begrensd door teemarkers. Albatros : Drie slagen onder par ook wel 'double eagle' genoemd. Bijvoorbeeld een 2 op een par Algemeen gebied: de regelterm voor het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: 1 de afslagplaats waarvan de speler moet spelen bij aanvang van de hole die hij of zij speelt, 2 alle hindernissen, 3 alle bunkers en 4 de green van de hole die de speler speelt.
Back tee: De afslagplaats die het meest naar achteren ligt, meestal aangegeven met witte teemarkers. Backswing: De beweging met de club naar achteren die nodig is om de bal weg te kunnen slaan. Backspin: De terugwaartse rotatie van de bal gemeten over de horizontale as door de bal.
De hoeveelheid backspin wordt bepaald door de loft hellingshoek van het clubblad, de groeven in het clubblad, de snelheid waarmee de bal wordt geraakt en de invalshoek. Ervaren golfers spelen met backspin om de bal eerder te laten stilliggen land som börjar med golfterm zelfs na landing terug te laten rollen.
Bal verloren: Wanneer je na drie minuten zoeken je bal niet vindt, is je bal volgens de regels 'verloren'. Je moet dan vanaf de plaats waar je die bal voor het laatst hebt geslagen een nieuwe slaan, met bijtelling van een strafslag. Als je al een provisionele bal hebt geslagen, kun je verder gaan met die bal.
Bij twijfel of je eerste bal vindbaar is, sla dan altijd een provisionele bal. Als je een provisional slaat, moet je dat melden aan je medespelers. Balmarker: Op de green mag je je bal altijd opnemen, maar je moet dan wel de plaats markeren.
Dat doe je met een balmarker, bijvoorbeeld een muntje. Markeer altijd achter de bal. Een bal op de green mag altijd worden gemarkeerd. Buiten de green mag het onder bepaalde voorwaarden die in de golfregels staan. Balvlucht: Een golfbal kan op verschillende manieren door de lucht vliegen.
Enkele voorbeelden: straight rechtdoordraw een curve van rechts naar links en fade een curve naar links naar rechts.